Waneer is het beste om je paard een deken op te doen? - Paardenkriebels


Paardenkriebels



Waneer is het beste om je paard een deken op te doen?

Elk jaar zodra de temperaturen beginnen te dalen, komt dezelfde vraag weer naar boven: “Moet mijn paard nu al een deken op?”
Het antwoord is niet voor ieder paard hetzelfde. Ieder paard is anders — met zijn eigen vacht, leefomstandigheden en behoeften. In deze blog leg ik uit waar je op kunt letten, zodat je de juiste keuze maakt voor jouw paard.Waneer is het beste om je paard een deken op te doen?

Temperatuur is niet het enige wat telt

Veel mensen denken dat het puur om de buitentemperatuur gaat, maar dat klopt niet helemaal.
Een paard kan verrassend goed tegen kou, vooral als het:
Een dikke wintervacht heeft,
Voldoende ruwvoer krijgt (dat zorgt voor warmte van binnenuit),
En lekker vrij kan bewegen in de wei of paddock.
Kou op zich is dus meestal geen probleem — tocht en natte kou zijn dat wél. Wordt je paard nat tot op de huid en koelt de wind hem af, dan kan hij sneller afkoelen dan prettig is.

Wanneer een deken wél handig kan zijn

Een deken kan ondersteuning bieden in bepaalde situaties, bijvoorbeeld bij:
Oudere paarden of paarden met weinig weerstand;
Geschoren paarden (die missen hun natuurlijke isolatie);
Paarden die moeilijk op gewicht blijven;
Of paarden die snel stijve spieren krijgen bij kou en nattigheid.
In die gevallen helpt een passende deken om de lichaamstemperatuur stabiel te houden.
Natuurlijk is niet altijd “zonder deken”
Sommige paarden worden van nature flink behaard, andere juist nauwelijks.
Een Fries of Tinker krijgt vaak een volle vacht, terwijl een volbloed of warmbloed vaak dun behaard blijft.
Daarom is het belangrijk om naar je paard te kijken, niet naar de kalender.
Voelt hij warm aan achter de schouderbladen, glanst zijn vacht en is hij ontspannen? Dan zit je goed.
Voelt hij daarentegen kil aan, trekt hij zijn spieren samen of staat hij te rillen? Dan is een deken een logische keuze.

Het nadeel van te vroeg opleggen

Als je te vroeg begint met dekens, kan het paard zijn eigen wintervacht niet goed aanmaken.
Zijn lichaam denkt dan namelijk dat het nog “zomer” is.
Daardoor blijft de vacht dun, en is je paard juist afhankelijk van die deken de rest van de winter.
Zorg dus dat je pas een deken oplegt als het écht nodig is, of als je weet dat je paard niet voldoende vacht ontwikkelt.

5. Praktische tips bij het gebruik van dekens

Controleer dagelijks of de deken nog goed ligt (geen schuurplekken).
Houd de temperatuur in de gaten: een zonnige dag met 15 graden is iets anders dan een gure nacht met wind en regen.
Gebruik verschillende diktes: een dunne regendeken voor milde dagen, een gevoerde voor koudere nachten.
Zorg voor voldoende ventilatie in de stal — een te warme of vochtige omgeving kan huidproblemen veroorzaken.
Vertrouw op je gevoel (en je paard)
Paarden laten vaak zelf goed merken wat ze prettig vinden.
Let op hun houding, gedrag en vachtconditie.
Er is geen vaste datum waarop de dekens “aan” of “af” moeten — het draait allemaal om kijken, voelen en afstemmen op jouw paard.
Samenvattend:
Gebruik een deken niet omdat het hoort, maar omdat het past bij jouw paard.
Elke situatie is anders — het belangrijkste is dat je paard zich comfortabel voelt, warm blijft én kan ademen onder zijn deken.

Tip van Paardenkriebels:

Meteen naar verzorging

Heeft jouw paard gevoelige huid, schuurplekken of jeuk onder de deken?
Kijk dan eens naar natuurlijke verzorgingsproducten die de huid kalmeren en ondersteunen — altijd afgestemd op de behoeften van jouw paard.
 

Geef een reactie

Vraag gerust advies!